Vrijwel iedereen weet dat kat een stuk eigenzinniger is dan bijvoorbeeld een hond. Maar dat betekent niet dat je aan een kat niks kunt leren. Zelfs een kat met gedragsproblemen kun je gewoon trainen. Echter, voorkomen is beter dan genezen. In dit artikel gaan we daarom in op het voorkomen van gedragsproblemen bij katten.
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van gedragsproblemen bij katten?
De meeste katten die gedragsproblemen ontwikkelen, zijn te vroeg bij hun moeder weggehaald. Veel mensen weten namelijk niet dat een kat het best tot minimaal 9 weken na de geboorte bij hun moeder blijft. Als een kat al eerder bij de moeder wordt weggehaald, dan is hij nog niet echt goed genoeg opgevoed door zijn moeder. Bovendien gaat hij zich vervolgens ook echt identificeren met de mens, als zijnde een soortgenoot. Met andere woorden: hij snapt niet dat hij een kat is en jij een mens, met als gevolg dat hij zich te sterk bindt aan eenn persoon in het gezin. Hij kan deze persoon gaan zien als partner in plaats van zijn baasje, waardoor hij zich kan gaan misdragen als er iemand anders te dicht in de buurt komt van die persoon. Hij wordt jaloers en kan zelfs agressief gedrag gaan vertonen! Ook als een kat op straat geboren is en je neemt hem in huis, dan heeft hij niet van jongs af aan geleerd om te socialiseren met mensen. Sterker nog: hij kan van zijn moeder zelfs aangeleerd hebben dat hij op z'n hoede moet zijn voor de mens. Weet dus waar je aan begint als je een kat van de straat haalt. Want nogmaals: je kunt hem wel wenselijk gedrag aanleren, maar makkelijk is anders.
Wat kun je er verder aan doen?
Zodra je merkt dat je kat onwenselijk gedrag begint te vertonen, dan is het erg belangrijk dat je daar zo snel mogelijk adequaat mee omgaat. De kans is dan namelijk veel groter dat je hem het onwenselijke gedrag afleert, en hem het wenselijke gedrag aanleert. Denk bijvoorbeeld aan een kat die opeens agressief wordt als je hem aait. Als je hem daarvoor afstraft, zul je hem alleen maar bevestiging geven dat je niet te vertrouwen bent. Het is veel beter om hem er langzaam aan te laten wennen dat je hem aait: aai de kat slechts heel eventjes, geef hem iets lekkers te eten, en praat rustig tegen hem. Zodra hij de eerste waarschuwingen af begint te geven, negeer je hem simpelweg. Vervolgens bouw je dit steeds verder uit, zodat je kat er langzaam aan kan wennen.